Geschiedenis
DE LANDHUIZEN BIJ DE POORTEN VAN DEAUVILLE

EEN REIS DOOR DE GESCHIEDENIS
Les Manoirs des Portes de Deauville, het voormalige Manoir de Prétot, vormen een prachtig voorbeeld van het Normandische erfgoed. Dit complex uit de 16e en 17e eeuw, gelegen in Canapville in het departement Calvados, heeft de tand des tijds doorstaan en draagt de sporen van zijn geschiedenis en de verschillende bestemmingen die het in de loop der jaren heeft gehad.


Oorsprong en bouw
Het Manoir de Prétot, gebouwd in 1540 door de familie Ballan, is typerend voor de architectuur van het Pays d’Auge. Het onderscheidt zich door zijn vakwerk, zijn stenen sokkel, zijn dakkapellen en zijn kastanjebalken, die met name het torentje bedekken.
Het gebouw heeft ook een driehoekig torentje met schietgaten op de begane grond en traliewerk voor de achterramen, wat wijst op beschermingsmaatregelen in tijden van oorlog.
Zoals vaak bij landhuizen in de Auger-stijl is de voorgevel naar het oosten gericht. Oorspronkelijk gaven twee dubbele deuren toegang tot het landhuis; vandaag de dag is er nog maar één over, die uitkomt op een opmerkelijke hal, geplaveid met bewerkte zwarte vuursteen. Deze vloer, die lange tijd beschermd werd door een laag hooi en stro, heeft zijn uitzonderlijke kwaliteit behouden.
De trap, die lange tijd in verval was geraakt, had zijn treden verloren; alleen de stootborden waren nog over. De balusters van de leuning zijn daarentegen intact gebleven en zijn tijdens de renovatie van het gebouw niet gewijzigd.


Pierre en Marie Corneille: een literaire band
Het landhuis van Prétot wordt vaak beschouwd als het meest ‘Corneilliaanse’ landhuis van Augerons. Het is namelijk nauw verbonden met Pierre Corneille en zijn zus Marie Corneille, die er in de 17e eeuw meerdere malen verbleven.
Pierre Corneille verbleef in de 17e eeuw regelmatig in het Manoir de Prétot, met name tussen 1638 en 1668. Hij bezocht daar zijn zus Marie, die in 1634 met Guillaume Ballan was getrouwd, en kwam naar Canapville voor familieaangelegenheden, maar ook voor zijn zaken.
De dagboeken van Corneille maken het mogelijk om een verblijf in het voorjaar van 1638 te situeren, en vervolgens een ander in mei 1639, na de dood van zijn vader. Een gedenkplaat herinnert vandaag de dag aan deze historische aanwezigheid.
Marie Corneille woonde enkele jaren in het landhuis, waar haar drie dochters werden geboren. Verschillende leden van de families Ballan en Corneille werden begraven onder de kerk van Canapville, waaronder Guillaume Ballan in 1663. Deze graven zijn echter verdwenen na de brand in de kerk op 3 juli 1925.
Deze band met Pierre en Marie Corneille maakt van het landhuis een plek van herinnering die zowel literair, familiaal als historisch is.


Het landhuis en de zee: een maritieme geschiedenis
Achter het park lag vroeger de Quai au Coq, een kleine haven die bij vloed plaats bood aan wel 17 boten, zo blijkt uit een scheepvaartverslag uit 1745. Deze levendige plek, die druk bezocht werd door passerende zeelieden, was zichtbaar vanuit de ramen van het landhuis en ook over de moerassen heen.
Op de muren van het landhuis zijn graffiti gevonden die schepen voorstellen, soms geïdentificeerd als galjoenen of brikken uit de 17e en 18e eeuw. De nabijheid van de Touques en de oude zeeweg tussen Pont-l’Évêque en Honfleur herinnert aan het belang van deze maritieme dimensie.
Tijdens de Zevenjarige Oorlog, tussen 1756 en 1763, zou het landhuis ook als toevluchtsoord voor soldaten hebben gediend. Ze kwamen er met hun paarden binnen, met name in de huidige salon, waardoor de vloertegels moesten worden vervangen.
Een andere graffiti, gegraveerd in de trap, stelt een executiescène voor. Deze zou verband kunnen houden met de nabijheid van het kasteel van Bonneville-sur-Touques, waar ter dood veroordeelden wachtten op hun overbrenging naar Pont-l’Évêque. De figuur rechts zou een priester kunnen voorstellen die het kruis toont.


Het landhuis dat tot school werd omgebouwd
Aan het einde van de 19e eeuw kreeg het landhuis een nieuwe bestemming en werd het een plaatselijke school. Een monografie uit 1888, geschreven door André Queudeville, destijds onderwijzer in het landhuis, getuigt van deze periode.
Dankzij de omgeving en de boomgaard bood de plek ideale omstandigheden om leerlingen te ontvangen. Het landhuis deed dan ook jarenlang dienst als schoolgebouw, met klaslokalen en een internaat dat plaats bood aan maximaal twaalf kostgangers.
Restauratie en aanwijzing als historisch monument
De restauratie van het landhuis begon in de jaren zestig. Meester Guérin, advocaat bij het hof van beroep van Rouen, en zijn echtgenote kochten het landgoed in juli 1961.
Zij lieten vervolgens tussen 1965 en 1970 omvangrijke restauratiewerkzaamheden uitvoeren, die de eerste grote stappen vormden in het behoud van het gebouw.
Verval en achteruitgang
Na de sluiting van de school raakte het landhuis lange tijd in verval. Bijna 70 jaar lang diende het voornamelijk als voeropslagplaats en schapenstal.
Door dit gebrek aan onderhoud raakten verschillende architectonische elementen geleidelijk in verval, met name de balustrade, de toren en het vakwerk.
Eerste monumentale status: op 13 februari 1975 werden alleen de gevels, het dak, de trap, de balustrade en de vuursteenvloer opgenomen in de inventaris van historische monumenten.
Volledige monumentale status in 1995: het landhuis werd in zijn geheel aangemerkt als historisch monument. Dankzij de restauratie kon het oorspronkelijke uiterlijk van het gebouw worden hersteld, met behoud van de traditionele materialen.
Na het overlijden van de heer en mevrouw Guérin kwam hun dochter Florine met haar man en hun kinderen in het landhuis wonen.
De cottages hadden toen verschillende functies, voornamelijk agrarisch of huishoudelijk. Cottage 2 diende als broodoven, terwijl cottage 4 werd gebruikt om het gereedschap van de tuinman op te slaan. Cottage 3 had slaapplaatsen op de bovenverdieping en een schuur op de begane grond.
De cottages 6, 7 en 9 dienden als stallen en schuren voor voer en landbouwgereedschap. Cottage 5 bood, net als cottage 3, onderdak aan gezinnen. Cottage 8 werd gebruikt als brouwplaats voor de productie van cider, terwijl cottage 1 toen leegstond.
Het landhuis vormde toen de hoofdwoning van de familie.
Op de plek van het huidige zwembad bevond zich vroeger een uitgestrekte moestuin, die deel uitmaakte van het dagelijkse leven op het landgoed.

.jpg)
Het landhuis vandaag: een hotel met een rijke geschiedenis
Sinds de verbouwing is het landhuis uitgegroeid tot een charmant viersterrenboetiekhotel: Les Manoirs des Portes de Deauville.
Het combineert het karakter van een plek met een rijke geschiedenis met het comfort van een modern hotel, waarbij talrijke gerestaureerde elementen die getuigen van het verleden behouden zijn gebleven.
Les Manoirs des Portes de Deauville is veel meer dan alleen een verblijfplaats; het vertelt een verhaal van meerdere eeuwen geschiedenis, tussen architectonisch erfgoed, literaire herinneringen en maritieme tradities.
Deze route nodigt bezoekers uit om het domein in al zijn facetten te ontdekken en hulde te brengen aan degenen die het door de jaren heen hebben gevormd.
.png)








.jpg)


%201.png)
